Totaalbudget

Het totale referentiebudget voor een alleenstaande persoon die niet actief is op de arbeidsmarkt bedraagt 1273 euro per maand wanneer hij/zij een woning huurt in de private sector. Voor een man ligt het noodzakelijk budget iets hoger dan voor een vrouw. Dit is toe te schrijven aan de hogere kosten voor voeding.

Totaal budget

Gezinnen met meerdere personen hebben hogere noodzakelijke uitgaven, doch deze kosten verdubbelen niet voor een bijkomend gezinslid. Dit is te verklaren door de schaalvoordelen gekoppeld aan bepaalde noodzakelijke uitgaven, voornamelijk huisvestingskosten. Het referentiebudget voor een koppel bedraagt 1654 euro per maand, wat ongeveer 30% hoger ligt dan het budget voor een alleenstaande.

De referentiebudgetten laten ook toe om de kost van een kind af te leiden. De meerkost van een kind berekenen we door het budget van een alleenstaande of een koppel te vergelijken met dat van een gezin met een kind. We doen dit vooreerst voor gezinnen die hun woning huren op de private huisvestingsmarkt en stellen vast dat de meerkost van een eerste kind in een eenoudergezin varieert van 248 euro per maand voor een kind van twee jaar, tot 545 euro per maand voor een kind in het secundair onderwijs. De kosten stijgen dus naarmate het kind ouder wordt. Sterk aan leeftijd gerelateerde budgetposten zijn deze voor voeding, ontspanning, onderwijs en kinderopvang en in minder mate ook transport (vooral voor adolescenten en studenten in het hoger onderwijs).

Drukken we kosten van kinderen uit in verhouding tot het noodzakelijk inkomen van gezinnen zonder kinderen (niet werkenden, huurders in de private huisvestingssector), dan bedraagt de minimumkost van kinderen van eerste rang 19% voor kinderen jonger dan drie jaar (geen kinderopvangkosten), 23% voor kinderen tussen drie tot vijf jaar oud, 33% voor kinderen van lagere schoolleeftijd en 43% voor adolescenten. Naast de leeftijd is ook de rang van het kind in het gezin bepalend voor de kostprijs. De minderkost voor het tweede kind situeert zich hoofdzakelijk in de vaste kosten, tenminste indien slaapkamers worden gedeeld door jonge kinderen of oudere kinderen van hetzelfde geslacht. Aan de leefkosten zijn slechts in zeer beperkte mate schaalvoordelen verbonden.

Als de huisvestingskost van gezinnen verkleint doordat bijvoorbeeld gezinnen hun woning huren in de sociale huisvestingssector, dan daalt het aandeel van de vaste kosten in het gezinsbudget in aanzienlijke mate waardoor minder schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd. Hierdoor stijgen de meerkosten voor bijkomende gezinsleden aanzienlijk tot 59% voor een extra volwassene en tot 30%, 35%, 49% en 63% voor een kind van respectievelijk twee, vier, acht en vijftien jaar.

De vergelijking van de budgetstandaard met de minimuminkomens ondersteunt de alomaanwezige praktijkervaring dat de minimuminkomensbescherming in ons land niet volstaat om menswaardig te participeren aan onze samenleving.

 

 

 

K.H.Kempen Vlaamse overheid CSB ULG

Close

Totaal budget verdeeld over de verschillende intermediaire behoeften

Totaal budget verdeeld over de verschillende uitgavencategorieŽn

Close

Close

Kostprijs bijkomend gezinslid

Wanneer twee alleenstaanden zouden beslissen om samen te gaan wonen stijgt het budget niet tot het dubbele bedrag. Heel wat vaste kosten kunnen immers gedeeld worden. Uiteindelijk blijkt een koppel 1295 euro nodig te hebben, wat slechts 32% meer is dan een alleenstaande. Deze beperkte meerkost wordt vooral veroorzaakt door de kosten voor voeding, gezondheidszorg, kleding en mobiliteit waar nauwelijks schaalvoordelen spelen. De kost van huisvesting valt voor beide gezinstypes even zwaar uit. Uit de vergelijking tussen het noodzakelijke budget van een gezin met en een gezin zonder kinderen leren we dat de noodzakelijke meerkost van een kind kan oplopen van 259 euro tot 564 euro afhankelijk van de leeftijd (van 2 tot 15 jaar) en de gezinsituatie (een- of tweeoudergezin,). Dit betekent een relatieve meerkost van 26% resp. 58 % in vergelijking met een gezin zonder kinderen. De kostprijs van een tweede kind ligt 20% ŗ 30% lager dan die van een eerste kind.

Close

Vergelijking van de referentiebudgetten met de minimuminkomens

Vergelijking van de budgetstandaard (100%) met de wettelijke minima.
(Omgerekend naar netto-bedragen, inclusief eventueel kinderbijslag en studiebeurs)